14 juni
Nadat ik de camping weer was afgereden reed ik naar mijn eerste punt. Sint Oswald’s Well. Deze ligt middenin een dorp en er zit helaas een hekje voor waardoor je er niet goed bij kan, maar als je door de tralies van het hek gaat kan je met je hand net het water raken zei mijn boek, dus dat heb ik gedaan. Volgens een bordje bij de bron is ook van deze bron weer een lugubere legende, meerdere verhalen kom ik zelfs over hem tegen waardoor het verhaal mij niet duidelijk is (en de eeuwen hebben het verhaal vast goed aangedikt). Koning Oswald uit de 7e eeuw werd op het eiland Iona christen en wilde het geloof verspreiden, maar Koning Penda zag dat niet zitten, doodde hem en wilde het lichaam van Oswald offeren aan Wodan, dit martelaarschap maakte hem een beroemde heilige in europa. Ook gaat het verhaal dat een vogel het lichaam (of arm, afhankelijk van het verhaal) oppakte en die een stuk verderop weer liet vallen, en daar ontstond toen deze bron.
Na deze bron reed ik verder naar een volgende bron, St. Winifreds well, die heb ik al meer gezien. Ik denk dat zij erg van bronnen hield. Dit was wel weer een heel mooie plek, met een leuk vakwerkhuis half over de bron heen gebouwd. Het is nu een vakantiehuis. Een leuke plek om te logeren denk ik. Ik sprak de vakantiegasten (1 van hen heeft de naam van deze heilige en daarom hadden ze dit huisje gekozen). Het bad bestaat uit meerdere delen. Het eerste deel is echt onder het huis, dan loopt het over in een groter bad, en daarna naar een wat dieper bad en het eindigde in een soort vijver waarna het in een beekje overloopt.
Daarna reed ik weer verder, een mooie rit naar St. Melangell’s kerk, de laatste 3 kilometer over een heel smal weggetje waar steeds vogels op het pad liepen (welke weet ik niet, moet ik even uitzoeken, een beetje fazantachtige vogel). Domme vogels want behalve de tientallen levende vogels die steeds in groepjes op de weg stonden en dan uit angst voor mijn auto uit gingen rennen om dan uiteindelijk toch in de berm te duiken lagen er ook veel platgereden exemplaren….In de kerk ben ik een tijdje geweest. Haar graf is in de kerk, dat kwamen ze tijdens grote restauratie werkzaamheden van een aantal jaar geleden tegen. En zelfs het grafmonument dat tijdens de reformatie was vernietigd hebben ze weer opgebouwd. De stenen hiervan waren namelijk hergebruikt na de vernietiging en vonden ze op diverse plekken weer terug tijdens die restauratie. De kerk is niet meer in gebruik voor de gewone vieringen maar ze hebben het weer tot pelgrimsplek gemaakt.

Toen was de 3e bron van de dag aan de beurt. Llanfair Caereinion (Maria bron). De bron zat onderaan een trap maar heb toch maar even gekeken, er stond een hekje voor dus kon eigenlijk niet bij het water, maar toen ik zittend op de rand van de bron bedacht dat ik ook andersom op het muurtje kon zitten (voeten aan de kant van de bron) en dan makkelijk de bron in kon heb ik dat toch maar even gedaan. Dus toch even illegaal in de bron op een steen die onderwater lag gestaan. Alleen op de stenen in de bron kon ik staan want naast de stenen voelde het vies en modderig, geen vaste bodem. Er waren sowieso veel planten in de bron. Daarna weer op de rand gaan zitten en me weer omgedraaid zodat ik weer naast de bron stond. Voeten laten drogen, spalk omgebonden en die trap weer omhoog gegaan.
Daarna was het tijd voor iets met een andere interesse van mij. Ik bezocht het Newton textiel museum. dit ging over weven en spinnen in de tijd van de industriële revolutie in deze omgeving. Er werd hier flanel gemaakt, niet dat moderne katoen flanel maar van wol. Mooie weefgetouw en spinnewielen stonden er. Ook stonden er wat spullen over schoenmaken van de traditionele klomp uit deze regio. Eigenlijk meer een schoen met houten zool. Rolstoeltoegankelijk was het niet dus heb meer gelopen dan goed voor me was.

Daarna door naar museum of Welsh textiles. Het was een mooie rit daarheen. Langs een klein stil weggetje met uitzicht op heuvels vol schapen. Toepasselijk al die schapen met textiel musea. Al worden nu de meeste schapen hier voor het vlees gehouden en niet meer voor de wol.
Dit laatste museum was erg interessant. Ook dit niet rolstoeltoegankelijk maar niet zo groot en wel geweldig interessant. Ik kon veel zitten dus het is gelukt. Ik kreeg een rondleiding van de eigenaresse van het museum. In tegenstelling tot het vorige Museum ging dit vooral over de traditionele Welsh klederdracht, quilts, dekens en andere dingen die mensen toen voor eigen gebruik (of lokaal/regionaal gebruik, maar niet voor de grote handel) maakten. Erg mooi om te zien en vooral om de verhalen te horen van iemand die er zo enthousiast over is. Vooral de kostuums en dekens vond ik erg mooi. Zeker de moeite waard om er heen te gaan als je ooit in de buurt bent.
Daarna een camping gebeld. Voor ik er heen ging nog even naar de supermarkt. Ik dacht een klein winkeltje bij een tankstation maar toen ik binnen kwam en doorliep via een gangetje naar een volgend deel kwam er een enorme supermarkt tevoorschijn die werkelijk alles verkocht (kleding, alles voor de tuin en dieren, kampeerartikelen, en een uitgebreide supermarkt) dat had ik hier niet verwacht. Maar zo kon ik wel weer m’n avondeten halen. Daarna naar de camping.
Het was al laat toen ik er aan kwam en was erg moe (heb ook zo veel gedaan) dus daarom nu pas mijn blog. Tent opgezet, gegeten en geslapen. Gelukkig weinig last gehad van de trein vannacht die bijna over de camping rijdt. Pas in de ochtend kwam hij weer.

Nu bijna weer ingepakt en klaar voor vertrek.
Groetjes,
Rolstoelpelgrim
Hoi Laura , je bent een goede reisleidster en ik geniet van al je avonturen : alleen dat gedoe “in en bij die bronnen” leek me enigzins luguber ,ook door die oude verhalen , maar moedig als jij bent : toch zo mogelijk met je voeten het water ervaren .
Je kunt je verhalen wel gaan bundelen ,zo interessant of lezingen geven ??
Dit schoot zomaar even door mijn hoofd . Verder wens ik je weer een interessante volgende reisdag !
Groetjes , Hennie