Deze keer gelukkig wel wat kunnen uitslapen, ondanks de trein die ik af en toe hoorde gaan. Vanochtend tijdens het inpakken nog even met Nederlanders in een rood campertje gesproken. Daarna vertrokken.
Tijdens mijn rit zag ik ineens een bordje met Cymer Abbey, dat klonk interessant en ik besloot de bordjes te volgen. Het laatste stukje van de route voelde alsof ik verkeerd reed omdat ik ineens over een camping reed en toen op het erf van een boer kwam. Maar daar zag ik ook gelijk dat ik toch goed zat. Net voorbij de camping en naast de boerderij stond een klooster ruïne. Opgebouwd in 1198. Door een koninklijke familie met de naam Gwynedd is er een Cistercienzer abdij opgericht. De monniken waren zelfvoorzienend door oa het verbouwen van voedsel en het fokken van paarden. Ondanks bemoeienissen van die rijke familie en het werk dat de broeders deden was het een armoedig leven en was er ook nooit voldoende geld om de kerk af te bouwen. In 1388 leefden er nog maar 5 monniken, maar zo toch bleven ze nog door gaan. In 1536 is helaas ook dit klooster weer vernietigd tijdens de regeringsperiode en reformatie van Henri VIII en kwamen een einde aan het kloosterleven op deze plek. Ik heb daar nog een tijdje gesproken met een familie die daar was, zij staan er op de camping en hun kleinkinderen spelen prins/prinses bij de resten van het klooster waarvan zij zich inbeelden dat het een kasteel is. Bij de poort hing in een plastic doosje een stempel voor in mijn pelgrimspaspoort! Dus die is weer een stempel rijker. Ik heb voor mijn auto pelgrimstocht trouwens wel een ander paspoort dan voor mijn rolstoel pelgrimstocht. Daarna was het tijd om verder te gaan.

Onderweg toen ik even bij een rivier / inham in zee stopte vanwege het uitzicht en parkeerde naast de weg raakte ik in gesprek met een man die met dezelfde reden was gestopt. Gesproken over mijn reis en plannen en nog wat tips gehad van dingen die ik kan bezoeken. Ik reed nog wat langs de kust, had af en toe zee zicht. Ik had mijn navigatie op een heilige bron staan. Ffynnon Enddwyn (geen idee hoe je het uitspreekt, letters hebben hier vaak een heel andere uitspraak dan je verwacht, dus gelukkig maar dat ik blog en niet vlog). De bron van St. Enddwyn. Vele eeuwen geleden (wanneer precies is niet bekend) nam St. Enddwyn hier een bad en ze liep daarna gezond er weer uit. En volgens de verhalen zijn velen genezen door te baden of drinken uit deze bron.
De rit daarheen was geweldig maar het was maar goed dat ik mijn boek met pelgrimsplaatsen had anders had ik niet door durven rijden. Ik kwam namelijk op een smalle weg met een dicht boerenhek. Maar hier mocht ik gewoon doorheen, hek is alleen om de schapen binnen te houden. Iets verder op is nog een hek dat ik door mocht rijden. Ik reed tussen mooie stenen muurtjes door, had regelmatig een enorm indrukwekkend uitzicht met in de verte zee en aan de andere kant heuvels met schapen en nog meer muurtjes tussen de weides. Verder was er geen mens of auto in de verre omtrek te zien. Ik zette mijn auto tegenover het hekje waarachter de bron zich bevond en liep het laatste stukje. Een geweldig uitzicht! Al na een paar meter, toen ik de bron zag, besloot ik terug te gaan naar de auto en iets anders aan te trekken waarmee ik het water in zou kunnen (ik had een zwemshirt en broek in de auto liggen voor zo’n situatie). In het boek had ik gelezen dat dit kon, en dat kon zeker. Wat een helder water, ik zag kleine waterbeestjes en ik denk een salamander in het water en ook ik ging er in. Het bad bestaat uit 2 delen, een klein deel van de bron zelf en dat loopt over in een wat groter bad. Het is zo’n 30cm diep en zo’n 2 x 2 meter groot dus zwemmen kan niet maar afkoelen wel. IJskoud maar ook wel verfrissend. Net als de heilige liep ook ik daarna het bad uit, maar nog wel net zo krakkemikkig als voorheen. Maar wel onder de indruk van deze geweldige plek, zo’n stilte, geweldige natuur, alleen de blatende schapen en vogelgeluiden waren te horen en geen mens te zien. Ik wilde er eigenlijk wel langer blijven. Maar ja, ik moest uiteindelijk toch weer verder.

Ik reed het mooie weggetje weer terug en tussen de 2 hekken in kwam ik toch nog iemand tegen, een hardloper. Ik reed nog langs de kerk van St. Twrog. een Keltische superheld. Op de plek waar nu de kerk staat (die helaas dicht was) stond ooit een heidense tempel. St. Twrog vernietigde het altaar met een grote steen die hij menselijkerwijs nooit zou kunnen tillen. Die steen staat nog altijd bij de kerk, aan de voet van de toren. De eerste kerk werd daar in de 6e eeuw gebouwd maar de huidige kerk is uit 1814 en staat op de fundering van die middeleeuwse kerk. Sommigen zeggen dat de heilige ligt begraven onder die grote steen.

Toen ik de steen had gezien was het tijd een camping op te zoeken. Ik sta nu op een camping in Snowdonia, een mooie rit hier heen door de bergen gehad. De natuur was vandaag sowieso geweldig! Morgen de bergen verder bekijken.
Straks slapen.
Groetjes,
Rolstoelpelgrim